Zaterdagavond naar een heel mooie en verrassende uitvoering van de Mattheüs passion door de Nederlandse Bachvereniging geweest. In de Rode Doos oftewel Vredenburg Leidsche Rijn buiten de stad Utrecht. De vaste dirigent is Jos van Veldhoven. Om het jaar wordt een gastdirigent uitgenodigd. Dit jaar was dat de jonge dirigent Peter Dijkstra. Als je al heel vaak de passie gehoord hebt vraag je je af, is het nog wel mogelijk om daar nog iets speciaals van te maken of er iets aan te veranderen. Deze keer een prachtige uitvoering. Het is niet zo gemakkelijk om precies uit te leggen wat de verschillen zijn. Maar deze uitvoering was bijzonder. Soms heel sereen en fijnzinnig, soms heel krachtig, daar waar de tekst en muziek dat vraagt. Prachtige stemmen en een goed orkest. Intonaties, stiltes tussen de delen, alles heel harmonieus, en natuurlijk deze getalenteerde dirigent. Lang aanhoudend applaus. Ik kan er weer even tegen.Bij De Nederlandse Bachvereniging gaat Peter Dijkstra op zoek naar de emotie in het verhaal.
Wat de dirigent er zelf van zegt: ‘Kleur en dynamiek zijn de kwaliteiten die ik zoek. Het drama zit in de vocale lijnen. Daarom heb ik stemmen gekozen met een dramatische en lyrische klank. Het is voor mij belangrijk dat de muziek vanuit het hart wordt uitgevoerd.’ Hij ziet uit naar de tournee met de Bachvereniging: ‘Je bent met een geweldige club musici twee weken onderweg. Een hele intense ervaring, en als dirigent is het helemaal fantastisch.’
Zie: nl.wikipedia.org/wiki/Peter_Dijkstra












Hoe monteert men precies de juiste nopjes op de rol waar de kam tegenaan komt.





De middeleeuwse theoreticus en muziekpedagoog en evenals Paulus Diaconys benedictijner monnik, wilde de kerkzangers toonbewustzijn bijbrengen. Hij zag de wenselijkheid in, dat de Grgoriaanse melodieën, die voorheen grotendeels uit het geheugen werden gezongen, ook 'van het blad' moest kunnen worden 'getroffen' . Guido baseerde deze kunst van het toontreffen op een stelsel, dat hij met behulp van de Johannes-hymne vervaardigde. Hij nam de eerste lettergreep van de zes regels van de hymne. Elke lettergreep telkens een toontrap hoger. Dit stelsel wordt solmisatie genoemd en is vocaal gericht. Een uitgebreide uitleg van dit systeem voert hier wat ver. Zelden wordt dit voortreffelijke systeem nog gebruikt omdat alle noten in het absolute systeem betekend moeten worden met de solmisatie aanduiding van het relatieve systeem. Er is bijna geen dirigent die dit tijdrovende werk wil uitvoeren. Toch is het treffen van een toon hiermee het meest zuiver.
Moge de heilige Johannes, als schutspatroon van de zangers, hun bede verhoren. 

